Frisia beschikt voor de winning van zout over winningsvergunningen voor de gebieden Barradeel en Barradeel II, beide gelegen in de nabijheid van Harlingen. Aan bodemdaling ten gevolge van zoutwinning in deze gebieden is middels de vigerende vergunningen een limiet gesteld van respectievelijk 35 en 30 cm in het diepste punt van de winning. Deze bodemdaling zal naar alle waarschijnlijkheid rond 2016 bereikt zijn.
De infrastructuur van Frisia is geschikt voor economisch en milieutechnisch verantwoorde zoutwinning en verwerking gedurende tientallen jaren. Voor Frisia en haar klanten is het van essentieel belang dat de mogelijkheid tot het winnen van zout voor de toekomst zeker gesteld wordt. Voor de continuering van de zoutproductie is het daarom noodzakelijk om een nieuw gebied voor zoutwinning te vinden en in productie te nemen.
Voor de zoektocht naar nieuwe winningslocaties vindt een milieueffectrapportage plaats. Voor het laatste nieuws, meer informatie over de milieueffectrapportage en bijbehorende documenten of voor mogelijkheden om vragen te stellen kunt u de verschillende koppelingenaanklikken.
Milieueffectrapportage en startnotitie
Milieueffectrapportage (m.e.r.) levert de informatie die nodig is om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij besluiten over plannen en projecten met grote milieugevolgen. De rapportage vermeldt de milieugevolgen van een plan of project en de mogelijke (milieuvriendelijker) alternatieven. Een m.e.r. is verplicht bij de bouw van onder andere olieraffinaderijenes, chemische installaties en de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen. Ook voor zoutwinning geldt een m.e.r.-plicht.
In de m.e.r.-procedure worden 2 producten opgesteld:
Startnotitie
De Startnotitie is reeds opgesteld en kunt u hier inzien. Het tweede product van de m.e.r.-procedure, het Milieueffectrapport, moet nog opgesteld worden.
Welke partijen zijn bij de m.e.r.-procedure betrokken?
Bij de m.e.r.-procedure zijn verschillende partijen betrokken, namelijk een initiatiefnemer, het bevoegd gezag en de Commissie voor de Milieueffectrapportage (verder Cie m.e.r.).
De initiatiefnemer is de partij die een m.e.r.-plichtige activiteit wil ondernemen. In dit geval is de initiatiefnemer Frisia Zout BV.
Het bevoegd gezag moet een m.e.r.-plichtig besluit nemen. Het Ministerie van Economische Zaken is in dit project bevoegd gezag voor de Wet milieubeheer vergunning, Provincie Friesland voor eventuele streekplanwijziging en de gemeenten Harlingen, Franekeradeel, Het Bildt en Menaldumadeel zijn bevoegd gezag voor eventuele bestemmingsplanwijzigingen.
De Cie m.e.r. is een onafhankelijke commissie die alle belanghebbenden de garantie geeft dat de besluitvorming een toetsbare weg doorloopt, waarbij inspraak en advies wezenlijke elementen zijn. De Cie m.e.r. adviseert het bevoegd gezag eerst over de richtlijnen voor de inhoud van het MER en daarna over de volledigheid, juistheid en kwaliteit ervan.
Hoe zit de m.e.r.-procedure in elkaar?
Een m.e.r.-procedure bestaat uit 10 stappen:
- Startnotitie. De initiatiefnemer stelt de startnotitie op. Dit document geeft een beschrijving van het voornemen en een onderzoeksagenda voor het vervolg van het project. De startnotitie is op 20-08-2008 ingediend bij bevoegd gezag. Het bestand is hier te downloaden
- Inspraak en advisering. Zes weken lang (04-09-2008 tot en met 16-10-2008 ) is er voor iedereen de mogelijkheid geweest om in te spreken op de startnotitie. Cie m.e.r. heeft onder andere op basis van deze inspraakreacties haar advies voor de richtlijnen gemaakt.
- Richtlijnen. Binnen 13 weken na de publicatie van de startnotitie stelt het bevoegd gezag de richtlijnen vast. Klik hier om de vastgestelde richtlijnen te downloaden. Deze geven aan welke alternatieven en welke milieueffecten in het MER moeten worden behandeld. Het richtlijnenadvies is hier te downloaden.
- Milieueffectrapport (MER). De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van het rapport. Het opstellen is niet aan een termijn gebonden. Als het milieueffectrapport gereed is, zendt de initiatiefnemer het met de aanvraag voor het besluit naar het bevoegd gezag. Klik hier om naar het MER te gaan >>
- Aanvaardbaarheidsbeoordeling. Na indiening van het MER beoordeelt het bevoegd gezag binnen 6 weken of het milieueffectrapport voldoet aan de richtlijnen (de gewenste inhoud) en wettelijke eisen. Het bevoegd gezag kijkt tevens of de aanvraag in behandeling kan worden genomen.
- Publicatie milieueffectrapport. Het bevoegd gezag publiceert binnen 8 weken het milieueffectrapport ten behoeve van de inspraak en advisering.
- Inspraak, advisering en hoorzitting. Iedereen kan opmerkingen maken over het milieueffectrapport. De termijn is zes weken.
- Toetsing door de Commissie voor de milieu-effectrapportage. Na afloop van de inspraak brengt de Commissie voor de milieu-effectrapportage binnen 5 weken advies uit over de volledigheid en de kwaliteit van het milieueffectrapport. Zij kijkt daarbij ook naar de binnengekomen opmerkingen en adviezen.
- Besluit. Het bevoegd gezag neemt het besluit over het project. Het houdt daarbij rekening met de milieueffecten en de binnengekomen reacties en adviezen. Het motiveert in het besluit wat er met de resultaten van het MER is gedaan. Verder stelt het vast wat en wanneer er geëvalueerd moet worden. De regelingen van bezwaar en beroep vloeien voort uit de regeling van het besluit.
Evaluatie. Het bevoegd gezag evalueert met medewerking van de initiatiefnemer de werkelijk optredende milieueffecten zoals bepaald in de evaluatieparagraaf van het genomen besluit. Het neemt zonodig aanvullende maatregelen om de gevolgen voor het milieu te beperken.
05-08-10 AANKONDIGING MER
De laatste hand wordt op dit moment aan de MER rapportage gelegd, inclusief de achtergrond documenten. Indienen bij het bevoegde gezag Economische Zaken (EZ) is gepland eind week 27.
De planning is, wanneer het bevoegde gezag EZ de gegeven informatie compleet acht, dat de MER eind augustus 2010 in procedure gaat. De start van deze procedure zal door middel van een kennisgeving van EZ in de verschillende huis aan huis kranten plaatsvinden. Aansluitend gaat een periode van 6 weken in voor het indienen van zienswijzen.
In deze periode worden ook informatie inloopdagen georganiseerd.
De MER en de zienswijzen gaan aansluitend naar de commissie voor een inhoudelijke beoordeling.